Een onschuldig meisje
Details
Genre
Gedichten
Extra onderwerp
Titel
Achter de rug : gedichten 1960-1990
Toon meer
Toon minder
Besprekingen
NBD Biblion
T. van Deel
Het feit dat J. Bernlef de P.C. Hooftprijs 1994 voor poëzie - en niet voor proza, wat ook had gekund…
Het feit dat J. Bernlef de P.C. Hooftprijs 1994 voor poëzie - en niet voor proza, wat ook had gekund - kreeg, heeft als een eye-opener gewerkt: ineens werd ingezien dat zijn thema's en motieven werden ontdekt en uitgeprobeerd in zijn gedichten, die tastende en intuïtieve verkenningen zijn in de grensgebieden waar Bernlef in zijn gehele werk graag blijkt te vertoeven. Het dichtwerk ligt als een voortdurende onderstroom, een voedingsbodem desgewenst, aan de rest ten grondslag. Het toont Bernlef ten voeten uit, anekdotisch, Barbarber-achtig in het begin, maar al gauw breder, in reeksen en de laatste tijd sterk bezig met vergankelijkheid, afwezigheid, verdwijnen en de dood. Zijn poëzie is licht en vitaal, nooit al te geciseleerd en komt kennelijk uit een direct vloeiende bron. Omdat proza en essay altijd de poëzie aan het oog onttrekken, voor het lezend publiek, is de kennismaking met Bernlefs gedichten voor velen een verrassing. Daarbij komt nog dat zijn gedichten veelal goed te begrijpen zijn, want zijn dichterlijk jargon is niet enigmatisch of gekunsteld, maar ligt dicht tegen de spreektaal aan. En zijn onderwerpen, heel gewone of betrekking hebbend op lectuur, muziek of beeldende kunst, zijn buitengewoon aantrekkelijk.